Motorreis Normandië Zomer 2014

Ik rij ondertussen reeds enkele jaren met de moto. Van zodra ik 21 werd kocht ik mezelf een motorfiets en behaalde ik mijn rijbewijs. Na drie jaar met mijn vorige motorfiets rond te tuffen, en beginnersfouten te maken, was het tijd voor iets nieuws. Zo kocht ik begin dit jaar een KTM 1190 Adventure met het oog op comfortabeler woon-werk verkeer en met de mogelijkheid om Ysaline regelmatiger mee te nemen. Ook speelde ik al even met het idee om een motorreis te maken.

Als eerste motorreis kozen we voor Normandië. Ik was er op middelbare schoolreis reeds geweest en wou graag nog eens terug. Zo gezegd zo gedaan, of toch niet. Er moesten namelijk routes gezocht worden om in te laden in de GPS. Anders rij je toch maar wat doelloos rond, niet waar? Het aanbod was echter zeer beperkt en voldeed niet aan mijn verwachtingen. Hierop besloot ik om de routes zelf uit te werken.

Hier kroop behoorlijk wat tijd in en elke dag was een andere route vereist. Ik maakte 6 routes:

  1. Oudenaarde naar Etretat (via Cape Gris Nez)
  2. Etretat naar Bayeux (via Honfleur)
  3. Bayeux naar Saint-Mere-Eglise (via de landingsstranden)
  4. Saint-Mere-Eglise naar Le Mont Saint Michel
  5. Le Mont Saint Michel naar Evreux
  6. Evreux naar Oudenaarde

 

Dag 1 – Oudenaarde naar Etretat

Op de eerste dag vertrokken we, vroeg in de ochtend (rond 8u), in Oudenaarde en reden we via de autostrade naar Calais. Daar begon dan de eigenlijke route. Deze liep via Cape Gris Nez,  langs de kustlijn tot Etretat. Tijdens de rit mochten we verschillende malen ervaren dat ik het routesmaken nog niet echt onder de knie had (dit zou beter blijken bij de komende routes). Zo zaten er tal van fouten in mijn routes waarbij de pointer in de tegengestelde richting, op een parallelweg of op een landweg bleek te staan. Hier en daar hebben we wat werk gehad om de juiste weg terug te vinden, maar ook dat is een deel avontuur?

Uiteindelijk zou blijken dat we niet voor sluitingstijd van het Office de Tourisme in Etretat zouden raken en besloten we om halt te houden in Fécamp. Fécamp is een iets grotere badstad. Aldaar boekten we een een Chambre D’hôte 20 km verderop doch niet teveel uit de vooropgestelde route. We verbleven bij Mme Lhommet C. in Rouville.

Alvorens naar de Chambre D’hôte te rijden, besloten we wat te eten. Bij de Office de Tourisme hadden ze ons doorverwezen naar enkele restaurants aan het strand. We wandelden eerst even de dijk af om alle restaurants eens te bekijken. We stelden echter snel vast dat werkelijk niemand aan het eten was. We bevroegen ons bij een pizzeria maar er was geen probleem om iets te eten. We voelden ons evenwel bekeken. Na wat opzoekwerk op google bleek dat Fransen pas ten vroegste om 19u beginnen te eten. Wij zaten daar omstreeks 18u. Iets om de komende dagen rekening mee te houden. Het eten was lekker maar je merkte duidelijk op dat de mensen aan’t roddelen waren over ons. “Die gekke Duitsers eten altijd zo vroeg” was één van de uitspraken die we opvingen.

Onze Chambre D’hôte had maar één slaapkamer en we verbleven echt wel bij de gastvrouw. Zo keken we ‘s avond samen naar de Franse “Boer zkt Vrouw”. ‘s Morgens stond er dan een lekker ontbijtje te wachten op ons. De gastvrouw gaf ons wat uitleg over de confituren die ze had gemaakt en bood ons een lokale ontbijtkoek aan.  Het was een goede verblijfplaats en zouden deze zeker aanbevelen. Voor de komende dagen wouden we, en dan vooral Ysaline, net dat ietsje meer privacy.

Dag 2 – Fecamp naar Bayeux

Op dag twee vervolledigden we eerst onze tocht van dag één. We reden dus eerst naar Etretat om daar dan de volgende route (naar Bayeux) in de GPS te laden. In mijn route stond Honfleur en “Le pont de Normandie” gepland. Deze laatste is namelijk gratis voor motorfietsen.

Er lopen echter tal van tolwegen naar de Pont de Normandie en mijn uitgetekende route wou enkele opritten voor de Pont de Normandie de autosnelweg oprijden. Ik weigerde echter tol te betalen en besloot via tal van omwegen de juiste oprit te bereiken. We moesten hiervoor een heel stuk rondrijden maar uiteindelijk raakten we via een industrieterrein, gratis, aan de Pont De Normandie. De brug was het echter helemaal waard!

Onmiddellijk aan de andere kant van de brug ligt dan het super toeristische havenstadje Honfleur. Het was middaguur wanneer we erdoor reden en het was er ongelooflijk druk. Ik vond niet onmiddellijk een parkeerplaats en bovendien was behoorlijk warm. Te warm om met een motorpak in die drukte te gaan lopen. We lieten Honfleur linksliggen en vervolgende onze weg naar Bayeux. We toerden evenwel kort in en rond het centrum.

We reden via de kustlijn en passeerden enkele pittoreske (kust)dorpjes. In één van deze dorpjes hielden we halt op een rondpunt. Dit rondpunt was voorzien van enkele bomen, welke een welgekomen schaduw op een aldaar opgesteld bankje lieten vallen. We besloten even uit te rusten, wat te drinken en ondertussen in de GPS een supermarkt te zoeken. Na de kleine stop sprongen we weer op de motorfiets om ons  naar de lokale supermarkt te begeven. We hadden immers nog niet gegeten. Honderd meter verder kreeg ik echter plots een alarm op de boordcomputer. Mijn achterband zou aan het leeglopen zijn. Hierbij ben ik onmiddellijk gestopt en deed ik nazicht van mijn band. Tot mijn grote ergernis stelde ik vast dat dat er een vijs in het loopvlak van de band zat. Ik had een kleine banden-reparatieset in mijn koffers zitten maar ik besloot toch eerst naar de dichtstbijzijnde Office de Tourisme te rijden. Moest er in de buurt een bandencentrale blijken te zijn, ga ik geen moeite doen om het zelf te herstellen. Bovendien had ik nog nooit eerder een band hersteld waardoor de kans op een slechte herstelling zeker niet onbestaande was.

Ofwel gaf ik een slechte beschrijving van een bandencentrale ofwel hebben ze dat daar werkelijk niet in Frankrijk. Ik kreeg instructies om het te proberen bij een iets verderop gelegen Peugeot garage. Zo gezegd zo gedaan en daar kwam Jens, met zijn KTM motorfiets, binnengereden in een lokale Peugeot garage. Ik verschoot dat ze niet raar opkeken van mijn komst. Ze zagen geen probleem en begonnen vrijwel onmiddellijk aan de herstelling. Een kwartier later stond ik alweer klaar om te vertrekken. Ze garandeerden mij dat ik mijn reis op een veilige manier zou kunnen verderzetten met hun herstelling. We vervolgden onze weg en ik merkte niets van de herstelling.
(De prop zit bij het posten van dit bericht nog steeds in mijn band en levert nog steeds geen problemen op)

‘s Avonds kwamen we aan in Bayeux en reden we wederom naar het Office de Tourisme. Ditmaal zouden we overnachten op een ciderboerderij in een deelgemeente van Bayeux (4km van het centrum). We besloten onze moto een beetje af te laden en ons te verfrissen in de Chambre D’hôte alvorens een avondmaal te gaan zoeken in Bayeux-city. Op die manier zouden we op een “Franser” uur eten :).

Na een verkennende wandeltocht in Bayeux besloten we wat te eten in “Le Triskell” een crêperie zoals we er al enkelen waren tegengekomen op onze route. Deze schoot er echter bovenuit door zijn ligging. We zaten te eten naast een waterrad en met de ondergaande zon ontstond er een feeërieke sfeer.

Dag 3 – Bayeux naar Le Mont-Saint-Michel

De derde dag was de dag waarin we de landingsstranden en enkele bijhorende bezienswaardigheden gingen bezoeken. We startten de dag met behoorlijk wat regen maar deze was gelukkig na een uurtje helemaal verdwenen. We reden eerst naar Arromanches-les-bains om enkele pontons welke nog in de zee liggen te gaan bekijken. Weinig indrukwekkend maarja, we hadden het dan toch gezien. Hierna reden we door naar een Duitse bunkerstelling in Longues Sur Mer. Ter plaatste stapten we af en bezochten we de bunkers. Het is ongelooflijk  dat hier ooit zo zwaar gevochten werd. Je kon enkele bunkers met kanonnen, alsook een bunker met uitzicht op het strand, bezoeken. De ene was al meer opgeblazen/beschadigd dan de andere. Ik vond dit zeker de moeite. Hierna vervolgden we onze weg naar “Omaha beach” met het bijhorende, overbekende, kerkhof. Hier wordt iedereen wel even stil denk ik. Het aangrenzende museum hebben we niet bezocht. Hiervoor stond een enorme wachtrij omdat iedereen zijn rugzak(ken) moest openen en zich moest laten fouilleren. Om zo lang aan te schuiven hadden we echt geen zin.

Na het bezoek aan het kerkhof reden we nog even door naar Pointe du hoc maar ook daar liep behoorlijk wat volk. Bovendien was de zon er ondertussen doorgekomen en was een lange wandeltocht in motorpak uitgesloten. Volgende stop op de route was “La Cambe”. La Cambe is een kerkhof maar dan van de Duitsers. Ik was er ooit al geweest tijdens een schoolreis en was van mening dat Ysaline dit zeker eens moest gezien hebben.

Terwijl het Amerikaanse kerkhof witte kruisen heeft en perfect onderhouden is, heeft La Cambe zwarte grafstenen welke hier en daar met mos begroeid zijn. Ook liggen de graven alles behalve symmetrisch en oogt het hele kerkhof gewoon slordig. Zeker de moeite om ook deze kant van het verhaal eens te ontdekken!

Na La Cambe zouden we normaal gezien doorrijden naar Saint-Mere-Eglise maar na wat opzoekwerk op het internet leerden we dat er slecht weer op komst was. Het zou nog één dag mooi weer zijn. Ysaline wou kost wat het kost de Mont-Saint-Michel zien waardoor we besloten de autosnelweg op te rijden en in één ruk naar Le-Mont-Saint-Michel te rijden. We reden naar het dorpje “Pontorson” en zochten aldaar een slaapplaats. Eenmaal we deze gevonden hadden, besloten we alvorens te gaan eten, onze spullen achter te laten in de Chambre D’hôte . Aldaar vernamen we van de uitbaters dat het een aanrader is om Le-Mont-Saint-Michel ‘s avonds te bezoeken. Overdag zou het daar, volgens hen, onaangenaam druk zijn.

We besloten het erop te wagen en reden rond 19.30 uur naar het schiereiland. Dit bleek een gouden tip te zijn. Er waren erg veel parkeerplaatsen vrij en ook mijn moto kon dichtbij de shuttle bus geparkeerd worden. Eenmaal op  Le-Mont-Saint-Michel bleek het erg rustig te zijn. We konden vrij rondwandelen zonder dat er mensen in de weg liepen. Zo zijn we eerst iets gaan eten in een lokaal restaurantje. De prijs van het eten viel erg goed mee maar dat compenseerden ze dan weer met de prijs van de drank. Ze moeten u toch met iets veel geld afhandig kunnen maken :).

Na het hapje gingen we verder naar boven en weken we even af van het bredere pad. Zo stelden we vast dat er wel degelijk mensen op Le-Mont-Saint-Michel wonen en dat er zelfs een klein kerkhof op de heuvel ligt. Helemaal op de top is er een abdij gelegen. Deze is gratis te bezoeken voor mensen jonger dan 25 jaar, dit op vertoon van de identiteitskaart. Er was een lichtfestival bezig in de abdij. Ik weet niet of dat iets permanent is en hoe de lichten overdag tot zijn recht komen. Maar toen vonden we het alvast de moeite. Zo was er bijvoorbeeld een muur waarop je plots bloemen zag geprojecteerd worden. Deze groeiden, als ware het klimop, verder tot de gehele muur bedekt was.

Na ons bezoek aan de abdij keerden we terug naar onze slaapplaats.

Dag 4 – Le Mont-Saint-Michel naar Oudenaarde

De laatste dag was ingezet. Ik had een hele route gepland tot in Evreux. Na een tweetal uur rijden over ongelooflijk saaie banen begon het tegen te steken. Hier was ik duidelijk de mist in gegaan met mijn route. Zo hadden we ongelooflijk lang op een rechte baan gereden. Wanneer de bochten eindelijk begonnen, lagen deze vol met (natte) modder en steentjes. De risico’s werden te groot en we besloten om één in ruk, via de autosnelweg, naar huis te rijden. Enkele uren, vele kilometers en een pijnlijke kont later stonden we weer thuis.

Het was een prachtige reis maar in het vervolg plannen we toch wat meer wandelpauzes/rustpauzes in :). Ook was het een beetje jammer dat lockers schaars/onbestaande zijn op toeristische locaties. Hierdoor moesten we toch steeds rondsleuren met onze motorkledij.

Leave a Reply